GxG-kaarten voor Vlaanderen
De GXG-kaarten tonen hoe diep het grondwater in Vlaanderen gemiddeld staat in natte (GHG) en droge (GLG) periodes.
Ze zijn opgebouwd op basis van meer dan 5.000 grondwatermetingen, gecombineerd met gegevens over bodem, hoogte, neerslag, waterlopen en menselijke invloeden. Met behulp van moderne rekenmodellen werd voor heel Vlaanderen een gedetailleerd en gebiedsdekkend beeld gemaakt van de geschatte grondwaterstand . Daarnaast tonen de kaarten ook hoe onzeker die schatting is, zodat gebruikers de betrouwbaarheid correct kunnen afleiden. De kaarten zijn vooral bedoeld voor verkennende studies rond waterbeheer, ruimtelijke planning, landbouw en natuur.
Er zijn voor heel Vlaanderen nieuwe kaarten gemaakt die aangeven hoe diep het grondwater gemiddeld staat, zowel in natte als in droge periodes. Deze kaarten zijn bedoeld als ondersteunend instrument voor beleid, planning en studies rond waterbeheer, landbouw, natuur, klimaatadaptatie en ruimtelijke ordening.
Wat zijn GXGwaarden?
- GLG (Gemiddeld Laagste Grondwaterstand): hoe diep het grondwater gemiddeld zit in droge periodes.
- GHG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand): hoe hoog het grondwater gemiddeld komt in natte periodes.
Samen worden deze waarden GXG genoemd. Ze geven inzicht in waar droogtegevoeligheid of wateroverlast kan optreden.
Hoe zijn de kaarten gemaakt?
- Er is gebruikgemaakt van meer dan 5.000 meetpunten met grondwatermetingen verspreid over Vlaanderen.
- De meetgegevens dateren uit de periode 2010-2024.
- Die metingen zijn gecombineerd met veel andere gegevens, zoals:
- bodemtype en bodemopbouw
- hoogteverschillen (reliëf)
- neerslag en verdamping
- nabijheid van waterlopen
- landgebruik en menselijke invloeden (bv. grondwaterwinning)
- Met behulp van moderne rekenmodellen (machine learning) is berekend hoe al deze factoren samenhangen met de grondwaterstand.
- Op basis daarvan zijn gebiedsdekkende kaarten gemaakt voor Vlaanderen. De kaart met een resolutie van 10m is gepubliceerd op DOV.
Waarom tonen de kaarten ook onzekerheid?
Niet overal zijn evenveel metingen beschikbaar en sommige processen zijn moeilijk exact te voorspellen. Daarom geeft de studie niet alleen een “beste schatting”, maar ook hoe zeker of onzeker die schatting is. Zo kan een gebruiker beter inschatten hoe betrouwbaar de informatie lokaal is.
Waarvoor zijn deze kaarten geschikt?
- Ze zijn vooral bedoeld voor verkennende en strategische studies.
- Ze geven een goed regionaal en lokaal beeld, maar vervangen geen detailmetingen op perceelsniveau.
- Ze zijn het meest betrouwbaar in gebieden waar het grondwater vooral door neerslag wordt bepaald.
- In zones met sterke menselijke invloed (bv. intensieve drainage of grote grondwaterwinningen) is voorzichtigheid nodig bij de interpretatie.
- Ze zijn niet geschikt voor exacte lokale toepassingen of ontwerpstudies
Interpretatie van de kaartlaagvelden geïllustreerd aan de hand van een voorbeeld op locatie x: 82530 y: 182554 (Lambert72)

GHG-waarde (m-mv)
vb 2,98 m-mv
De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand, uitgedrukt in meter onder het oppervlak (maaiveld) (m-mv).
Deze waarde geeft aan hoe dicht het grondwater gemiddeld bij het oppervlak gelegen is tijdens natte periode van het jaar (meestal voorjaar).
- Lage waarde = grondwater is dichter bij het oppervlak gelegen
- Hoge waarde = grondwater zit dieper ten opzichte van het maaiveld
GLG-waarde (m-mv)
vb 3,54 m-mv
De Gemiddeld Laagste Grondwaterstand, uitgedrukt in meter onder het oppervlak (maaiveld) (m-mv).
Dit is de gemiddelde diepte waarop het grondwater komt te staan tijdens droge periode van het jaar (meestal najaar).
- Lagere waarde = grondwater is dichter bij het oppervlak gelegen
- Hogere waarde = grondwater zit dieper ten opzichte van het maaiveld
Standaardafwijking GHG (m) en GLG (m)
vb GHG 1,46 m en GLG 1,34 m
Een maat voor de onzekerheid op de GHG- of GLG-waarde.
- Geeft aan hoe sterk de voorspelde waarde kan afwijken.
- Hoe groter de standaardafwijking, hoe minder zeker de voorspelling.
- Hoe kleiner deze waarde, hoe meer betrouwbaar de berekende waarde is.
Onderkant en bovenkant van het 80% betrouwbaarheidsinterval GHG (m-mv)
vb 0,96 en 5,00 m-mv
- In 80% van de gevallen zal de werkelijke hoogste grondwaterstand tussen deze waarden liggen van de onderkant en bovenkant van het betrouwbaarheidsinterval.
- In het voorbeeld wil dit zeggen dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand met 80% zekerheid ligt tussen 0,96 en 5,00 m-mv
Onderkant van het 80% betrouwbaarheidsinterval GHG (m-mv)
-
In 90% van de gevallen zal de werkelijke hoogste grondwaterstand dieper zijn dan deze waarde. In 10% van de gevallen zal de werkelijke hoogste grondwaterstand minder diep zijn dan deze waarde.
-
Dit is de grondwaterstand waarvan we bijna zeker weten: het grondwater komt in de natte periode waarschijnlijk dieper voor dan dit.
Bovenkant van het 80% betrouwbaarheidsinterval GHG (m-mv)
-
In 90% van de gevallen zal de werkelijke hoogste grondwaterstand minder diep zijn dan deze waarde. In 10% van de gevallen zal de werkelijke hoogste grondwaterstand dieper zijn dan deze waarde.
-
Dit is de grondwaterstand waarvan we bijna zeker weten: het grondwater komt in de natte periode waarschijnlijk niet dieper dan dit.
Onderkant en bovenkant van het 80% betrouwbaarheidsinterval GLG (m-mv)
vb 01,68 en 5,40 m-mv
- In 80% van de gevallen zal de werkelijke laagste grondwaterstand tussen deze waarden liggen van de onderkant en bovenkant van het betrouwbaarheidsinterval.
- In het voorbeeld wil dit zeggen dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand met 80% zekerheid ligt tussen 1,68 en 5,40 m-mv
Onderkant van het 80% betrouwbaarheidsinterval GLG (m-mv)
-
In 90% van de gevallen zal de werkelijke laagste grondwaterstand dieper zijn dan deze waarde. In 10% van de gevallen zal de werkelijke laagste grondwaterstand minder diep zijn dan deze waarde.
- Dit is de grondwaterstand waarvan we bijna zeker weten: het grondwater komt in de droge periode waarschijnlijk dieper voor dan dit.
Bovenkant van het 80% betrouwbaarheidsinterval GLG (m-mv)
- In 90% van de gevallen zal de werkelijke laagste grondwaterstand minder diep zijn dan deze waarde. In 10% van de gevallen zal de werkelijke laagste grondwaterstand dieper zijn dan deze waarde.
- Dit is de grondwaterstand waarvan we bijna zeker weten: het grondwater komt in de droge periode waarschijnlijk niet dieper dan dit.