Grondwaterstandindicator 31-05-2026
Info
De grondwaterstandindicator is gebaseerd op maandelijkse peilmetingen in het primair meetnet door de VMM, SCK en De Watergroep voor freatische peilfilters met continue meetreeksen van minstens 11 jaar. Die maandelijkse peilmetingen worden aangevuld met dagelijkse modelberekeningen voor de periode 1991- heden.
- Wil je meer informatie over hoe de grondwaterstandindicator, de kaarten en figuren op deze pagina zijn opgesteld? Neem dan zeker een kijkje op de pagina 'Opbouw grondwaterstandindicator ' en naar de algemene pagina van de grondwaterstandindicator.
- Wil je de grafieken en cijfers van de meest actuele indicator meteen op kaart bekijken in de DOV-verkenner? Neem dan een kijkje op de kaartlaag 'Grondwaterstandindicator freatisch grondwater voor de tijd van het jaar (meest actueel)'.
- Wil je de rapporten van de afgelopen maanden en jaren bekijken, dat kan bij de 'Historische grondwaterstandindicator'.
- De actuele waterschaarste- en droogtetoestand in Vlaanderen kan u vinden op www.opdehoogtevandroogte.be.
datum rapport: 03-06-2026
referentiedatum: 31-05-2026
aantal gebruikte meetplaatsen: 170
Historische vergelijking
De freatische grondwaterstand schommelt tijdens het jaar: hoog op het einde van de winter en laag op het einde van de zomer. Met de grondwaterstandindicator kijken we naar de toestand van het grondwater t.o.v. alle peilen gedurende het jaar (absolute vergelijking) en de toestand voor de tijd van het jaar (relatieve vergelijking).
-
Absolute vergelijking: Staat het freatisch grondwater hoog of laag (ten opzichte van alle dagelijkse peilen van de referentieperiode)?
Op 31/05/2026 vertoonde 51% van de meetplaatsen een lage (45%) tot zeer lage (6%) freatische grondwaterstand. 41% vertoonde een normale, en 8% een hoge (7%) tot zeer hoge (1%) grondwaterstand (Figuur 1).
Op Figuur 1 zien we dat de verschuiving van lage naar hoge grondwaterstanden tijdens het afgelopen hydrologisch winterseizoen zeer beperkt was. Zowel het aandeel als de duur met hoge grondwaterstanden waren duidelijk minder omvangrijk dan in het hydrologisch winterseizoen 20242025, als gevolg van het overwegend droge jaar 2025.
Van april tot eind september bevinden we ons in het hydrologisch zomerseizoen. Een verschuiving naar klassen met lagere grondwaterstanden is de normale trend. Sinds begin april is dit aandeel (lage tot zeer lage) grondwaterstanden toegenomen met ca. 45 procentpunten. Tegelijkertijd is het aandeel hoge tot zeer hoge grondwaterstanden afgenomen met ca. 30 procentpunten.
Vanaf 01/06/2026 tonen de scenariogebaseerde voorspellingen dat het aandeel lage tot zeer lage grondwaterstanden in het normaal weerscenario stabiel blijft. Bij droog weer kan dat aandeel stijgen tot ca. 80% en bij nat weer afnemen tot ca. 25%. Zie de scenariogebaseerde voorspelling van 01/06/2026 tot 30/06/2026 met scenario’s voor normaal, nat en droog weer in de rechterkant van Figuur 1.
-
Relatieve vergelijking: Wat is de toestand van de freatische grondwaterstand voor de tijd van het jaar?
Op 31/05/2026 vertoonde 60% van de meetlocaties een lage (32%) tot zeer lage (28%), 30% een normale, en 10% een hoge (8%) tot zeer hoge (2%) grondwaterstand voor de tijd van het jaar (Figuur 2).
Op Figuur 2 toont dat 2026 aanving met een groot aandeel lage tot zeer lage grondwaterstanden voor de tijd van het jaar (ca. 80%), als gevolg van het droge jaar 2025. Tot begin april, de aanvang van het hydrologisch zomerseizoen, nam het aandeel lage tot zeer lage grondwaterstanden voor de tijd van het jaar opnieuw af als gevolg van de normalere hoeveelheid gevallen neerslag.
In vergelijking met eind mei van het voorgaande jaar is het aandeel lage tot zeer lage grondwaterstanden ca. 15 procentpunten groter. Het grondwaterherstel dat in de eerste helft van mei optrad door de bovengemiddelde hoeveelheid neerslag, is door het warme en droge weer van de afgelopen twee weken opnieuw grotendeels tenietgedaan.
Vanaf 01/06/2026 tonen de scenariogebaseerde voorspellingen dat het aandeel lage tot zeer lage grondwaterstanden voor de tijd van het jaar sterk afneemt tot ca. 30% bij een normaal scenario, terwijl bij een nat scenario dat aandeel zelfs zal afnemen tot ca. 10%. Bij een droog scenario kan dit aandeel echter verder toenemen tot ca. 75%. Zie de scenariogebaseerde voorspelling van 01/06/2026 tot 30/06/2026 voor een normale, natte en droge situatie in de rechterkant van Figuur 2.
Figuur 3 toont de grafiek voor de relatieve toestand van 30/06/2000 tot 31/05/2026. In de periode 2017-2020, in het jaar 2022, en in de periode 2025 tot heden waren er en zijn er duidelijk langere periodes met grotere percentages lage tot zeer lage freatische grondwaterstanden voor de tijd van het jaar. De natte zomer van 2021 en de periode vanaf 2023 tot begin 2025 staan in sterk contrast met de droge periodes ervoor en erna.
Deze (en de verdere) evolutie hangt nauw samen met de hoeveelheid neerslag en verdamping. Samen bepalen ze het neerslagtekort of-overschot. Bij een groter dan normaal neerslagtekort dalen de grondwaterstanden sneller of herstellen ze trager dan normaal, en omgekeerd. Als door klimaatverstoring extreme weersomstandigheden (uitzonderlijk droog of nat) frequenter optreden of langer aanhouden, zal dit zich ook weerspiegelen in de situatie van het freatisch grondwater.
Figuur 4 toont de verdeling van de verschillen (op 170 locaties) tussen het gemiddeld grondwaterpeil voor elk individueel seizoen en het gemiddeld peil voor dat seizoen in de referentieperiode 1991-2020. Deze grafiek toont hoeveel de peilen afwijken van het normale niveau voor een bepaald seizoen. In de lente en zomer van 2024 was de gemiddelde grondwaterstand voor de mediane meetplaats ruim 40 cm hoger dan normaal. Ook in de natte periode 2000-2002 was die stand enkele tientallen centimeter hoger dan normaal. In de periode 2017-2020, met uitschieter herfst 2018, was die stand net enkele tientallen centimeter lager dan normaal. Vanaf lente 2025 tot heden is de mediane grondwaterstand opnieuw verschillende tientallen centimeter lager dan normaal.
Is het freatische grondwater gestegen of gedaald ?
Op 31/05/2026 waren op 8% van de meetplaatsen de (absolute) freatische grondwaterstanden gestegen t.o.v. een maand eerder. Op 18% van de resterende meetplaatsen bleven de peilen stabiel terwijl ze op 74% daalden. Begin juni bevinden we ons in het hydrologisch zomerseizoen, een verschuiving naar klassen met lagere (absolute) grondwaterstanden is de normale trend. Ruimtelijk gezien is er een grotere concentratie stijgende en stabiel gebleven (absolute) grondwaterstanden merkbaar in het oosten tot zuidoosten van Vlaanderen. Dat valt te verklaren door de bovengemiddeld hoge hoeveelheid neerslag die in deze regio’s gevallen is de afgelopen maand. Omgekeerd, wegens lager dan gemiddelde neerslaghoeveelheden, zijn er meer gedaalde grondwaterstanden te bemerken in het noorden en westen van Vlaanderen.
Zoals hierboven vermeld vertoonde 60% van de meetlocaties een lage (32%) tot zeer lage (28%), 30% een normale, en 10% een hoge (8%) tot zeer hoge (2%) grondwaterstand voor de tijd van het jaar (op 31/05/2026).
Figuur 5 toont de relatieve grondwaterstandindicator met stijgende/dalende peilen.
Worden er volgende maand zeer lage of zeer hoge freatische grondwaterstanden verwacht?
Volgende maand verwachten we bij nat weer op 21% van de meetplaatsen zeer hoge grondwaterstanden (>P90) voor de tijd van het jaar. Bij normaal weer bedraagt het percentage 6% van de meetplaatsen, en bij droog weer 1%. Die meetplaatsen liggen verspreid in centraal tot het zuiden van Vlaanderen (Figuur 2 en Figuur 6).
Meetplaatsen waar volgende maand zeer hoge (>P90) freatische grondwaterstanden voor de tijd van het jaar verwacht worden.
Volgende maand verwachten we bij droog weer op 54% van de meetplaatsen zeer lage (<P10) grondwaterstanden voor de tijd van het jaar. Bij normaal en nat weer wordt dat percentage 8 en 2%. Veel van die meetplaatsen bevinden zich in het noorden en het westen van Vlaanderen (Figuur 2 en Figuur 7).
Besluit freatisch grondwater
Juni wordt ingezet met overwegend lage tot zeer lage grondwaterstanden voor de tijd van het jaar. op 31/05/2026 vertoonde 60% van de meetlocaties een lage tot zeer lage, 30% een normale, en 10%een hoge tot zeer hoge grondwaterstand voor de tijd van het jaar. Het grondwaterherstel dat in de eerste helft van mei optrad door de bovengemiddelde hoeveelheid neerslag, is door het warme en droge weer van de afgelopen twee weken opnieuw grotendeels tenietgedaan. Het (zuid)oosten van Vlaanderen kent een grotere stabilisatie tot zelfs stijging van de (absolute) freatische grondwaterstanden vanwege de bovengemiddeld hogere hoeveelheid neerslag afgelopen maand in vergelijking met andere regio’s.
Meer info over de werking van het grondwatersysteem (en de betekenis van lage grondwaterstanden) vind je in dit filmpje. Op dov.vlaanderen.be vind je alle grondwaterstanden, de huidige toestand en de interactieve kaart voor het freatische grondwater.