Grondwaterstandindicator 01-10-2021

  

Info

De grondwaterstandindicator is gebaseerd op maandelijkse peilmetingen in het primair meetnet door de VMM, SCK en De Watergroep voor freatische peilfilters met continue meetreeksen van minstens 11 jaar. Die maandelijkse peilmetingen worden aangevuld met dagelijkse modelberekeningen voor de afgelopen 30 jaar.

  • Wil je meer informatie over hoe de grondwaterstandindicator, de kaarten en figuren op deze pagina zijn opgesteld? Neem dan zeker een kijkje op de pagina 'Opbouw grondwaterstandindicator ' en naar de algemene pagina  van de grondwaterstandindicator.
  • Wil je de grafieken en cijfers van de meest actuele indicator meteen op kaart bekijken in de DOV-verkenner ? Neem dan een kijkje op de kaartlaag 'Grondwaterstandindicator freatisch grondwater voor de tijd van het jaar (meest actueel)'.
  • Wil je de rapporten van de afgelopen maanden en jaren bekijken, dat kan bij de 'Historische grondwaterstandindicator '. 
  • De actuele waterschaarste- en droogtetoestand in Vlaanderen kan u vinden op www.opdehoogtevandroogte.be.
  • Het volledige rapport 'Toestand van het watersysteem' kan je vinden op www.waterinfo.be.

datum rapport: 06-10-2021
referentiedatum: 01-10-2021
aantal gebruikte meetplaatsen: 154

Historische vergelijking

De freatische grondwaterstand schommelt gedurende het jaar: hoog in de winter en laag in de zomer. Met de grondwaterstandindicator kijken we naar de toestand van het grondwater t.o.v. alle standen gedurende het jaar (absolute vergelijking) en de toestand voor de tijd van het jaar (relatieve vergelijking).

  • Absolute vergelijking: Staat het freatisch grondwater hoog of laag (ten opzichte van alle dagelijkse peilen van de afgelopen 30 jaar)?

Op 1/10/2021 vertoont 47% van de meetplaatsen een normale grondwaterstand. 49% vertoont een lage (38%) tot zeer lage (11%) grondwaterstand. 4% vertoont een hoge (3%) tot zeer hoge (1%) absolute grondwaterstand (Figuur 1).

Tot het eind van het hydrologische zomerseizoen (eind september) is een verschuiving naar klassen met een lagere grondwaterstand de normale trend. Dit jaar zagen we pas vanaf begin juni een belangrijke toename van het aandeel lage grondwaterstanden, maar vanaf half juni keerde die
trend weer om. Vanaf eind juli, en zeker gedurende september, zien we terug een toename van het aandeel lage grondwaterstanden. In vergelijking met vorig jaar zijn er nu minder lage tot zeer lage grondwaterstanden: 49% begin oktober 2021 t.o.v. 94% begin oktober 2020.

Figuur 1

Figuur 1: Absolute toestand van de freatische grondwaterstand: Percentage van de meetplaatsen met een zeer lage, lage, normale, hoge of zeer hoge grondwaterstand (ten opzichte van alle peilen van de afgelopen 30 jaar). In de winter worden vooral hoge grondwaterstanden verwacht, in de zomer vooral lage.

 

  • Relatieve vergelijking: Wat is de toestand van de freatische grondwaterstand voor de tijd van het jaar?

Op 1/10/2021 waren de freatische grondwaterstanden op iets meer dan de helft van de meetplaatsen (52%) normaal voor de tijd van het jaar. 31% vertoont een hoge (17%) tot zeer hoge (14%), en 17% een lage (12%) tot zeer lage (5%) grondwaterstand voor de tijd van het jaar (Figuur 2).

September 2021 was over het algemeen een warme, droge en zonnige maand (KMI). Dat zorgde de afgelopen maand voor een daling van de percentages hoge tot zeer hoge grondwaterstanden voor de tijd van het jaar.
In vergelijking met vorig jaar zijn er begin oktober nog steeds veel minder lage tot zeer lage grondwaterstanden voor de tijd van het jaar: 17% begin oktober 2021 t.o.v. 75% begin oktober 2020.

samenvatting_filters_relative.png

Figuur 2: Relatieve toestand van de freatische grondwaterstand: percentage van de meetplaatsen met een zeer lage, lage, normale, hoge of zeer hoge grondwaterstand voor de tijd van het jaar.

 

Figuur 3 toont de grafiek voor de relatieve toestand van 2000 tot nu. De afgelopen 4 jaren zagen we duidelijk langere periodes met grotere percentages lage tot zeer lage freatische grondwaterstanden voor de tijd van het jaar. Iets langere periodes met belangrijke aandelen normale/hoge
grondwaterstanden voor de tijd van het jaar kwamen de afgelopen 4 jaar bijna niet voor, met uitzondering van het voorjaar van 2018. Het huidige zomerseizoen 2021 staat in sterk contrast met de voorbije jaren(Figuur 3).

samenvatting_filters_20_jaar.png

Figuur 3: Relatieve toestand van de freatische grondwaterstand (1/2000 – 8/2021): Percentage van de meetplaatsen met een zeer lage, lage, normale, hoge of zeer hoge grondwaterstand voor de tijd van het jaar.

 

Is het freatische grondwater gestegen of gedaald ?

Onder invloed van de eerder droge en warme weersomstandigheden in september (KMI) zien we dat in september de (absolute) peilen op 88% van de meetplaatsen gedaald zijn en op 12% gelijk zijn gebleven. Dalende grondwatertafels zijn de normale trend tijdens het hydrologisch zomerseizoen
tot eind september. Op 1/10/2021 waren de freatische grondwaterstanden op iets meer dan de helft van de meetplaatsen (52%) normaal voor de tijd van het jaar. 31% vertoont een hoge (17%) tot zeer hoge (14%), en 17% een lage (12%) tot zeer lage (5%) grondwaterstand voor de tijd van het jaar.

De relatieve grondwaterstandindicator met stijgende/dalende peilen (Figuur 4):

Huidige toestand voor de tijd van het jaar, met verandering van grondwaterstand ten opzichte van vorige maand

Figuur 4: Huidige grondwaterstandsveranderingen en relatieve situering van de huidige freatische grondwaterstand.

 

Worden er volgende maand zeer lage of zeer hoge freatische grondwaterstanden verwacht?

Volgende maand worden er weinig zeer lage (absolute én relatieve) grondwaterstanden verwacht.
Bij droog weer op 7%, en bij normaal of nat weer nog op 3% van de locaties (Figuur 5).

Voorspelling locaties met gelijktijdig zeer lage absolute en relatieve grondwaterstanden volgende maand in functie van verschillende weerscenario's

Figuur 5: Meetplaatsen waar volgende maand absoluut én relatief zeer lage (<P10) freatische grondwaterstanden worden verwacht.

 

Volgende maand worden er bij nat weer op ca. 5% van de locaties zeer hoge (absolute én relatieve) grondwaterstanden verwacht. Bij normaal en droog weer nog op 1% van de locaties (Figuur 6).

Figuur 6: Meetplaatsen waar volgende maand absoluut én relatief zeer hoge (>P90) freatische grondwaterstanden worden verwacht.

Figuur 6: Meetplaatsen waar volgende maand absoluut én relatief zeer hoge (>P90) freatische grondwaterstanden worden verwacht.

Besluit

Gedurende september 2021 daalden de (absolute) freatische grondwaterstanden op 88% van de meetplaatsen. De relatief warme, droge en zonnige weersomstandigheden in september (KMI) zorgden ook voor een daling van de percentages hoge grondwaterstanden voor de tijd van het jaar.

Toch blijven op 1/10/2021 de freatische grondwaterstanden op iets meer dan de helft van de meetplaatsen (52%) normaal voor de tijd van het jaar. 31% vertoont een hoge, en 17% een lage grondwaterstand voor de tijd van het jaar. In vergelijking met vorig jaar zijn er begin oktober 2021 nog steeds veel minder lage grondwaterstanden voor de tijd van het jaar.

Meer info over de werking van het grondwatersysteem en de betekenis van lage grondwaterstanden vind je in dit filmpje.