Grondwaterstandindicator 01-10-2022

 

Info

 

De grondwaterstandindicator is gebaseerd op maandelijkse peilmetingen in het primair meetnet door de VMM, SCK en De Watergroep voor freatische peilfilters met continue meetreeksen van minstens 11 jaar. Die maandelijkse peilmetingen worden aangevuld met dagelijkse modelberekeningen voor de afgelopen 30 jaar.

  • Wil je meer informatie over hoe de grondwaterstandindicator, de kaarten en figuren op deze pagina zijn opgesteld? Neem dan zeker een kijkje op de pagina 'Opbouw grondwaterstandindicator ' en naar de algemene pagina  van de grondwaterstandindicator.
  • Wil je de grafieken en cijfers van de meest actuele indicator meteen op kaart bekijken in de DOV-verkenner? Neem dan een kijkje op de kaartlaag 'Grondwaterstandindicator freatisch grondwater voor de tijd van het jaar (meest actueel)'.
  • Wil je de rapporten van de afgelopen maanden en jaren bekijken, dat kan bij de 'Historische grondwaterstandindicator '. 
  • De actuele waterschaarste- en droogtetoestand in Vlaanderen kan u vinden op www.opdehoogtevandroogte.be.

datum rapport: 03-10-2022
referentiedatum: 01-10-2022
aantal gebruikte meetplaatsen: 154

Historische vergelijking

De freatische grondwaterstand schommelt tijdens het jaar: hoog op het einde van de winter en laag op het einde van de zomer. Met de grondwaterstandindicator kijken we naar de toestand van het grondwater t.o.v. alle peilen gedurende het jaar (absolute vergelijking) en de toestand voor de tijd van het jaar (relatieve vergelijking).

  • Absolute vergelijking: Staat het freatisch grondwater hoog of laag (ten opzichte van alle dagelijkse peilen van de afgelopen 30 jaar)?

Op 1/10/2022 vertoonde 81% van de meetplaatsen een lage (34%) tot zeer lage (47%) freatische grondwaterstand. 14% vertoonde een normale en 5% een hoge grondwaterstand (Figuur 1).

Vanaf maart 2022 was er een gestage evolutie naar meer lage tot zeer lage grondwaterstanden. Tot het einde van het hydrologische zomerseizoen (ongeveer eind september) is een verschuiving naar klassen met lagere grondwaterstanden de normale trend. Onder invloed van de regenachtige september met een geringe verdamping in de 2e helft van de maand zien we vanaf het midden van september een omkering van de trend met een vermindering van de aandelen lage tot zeer lage grondwaterstanden. Een jaar geleden begin oktober 2021 zagen we na de natte zomer minder lage tot zeer lage grondwaterstanden (56%) dan nu. Twee jaar geleden was de situatie dan weer wat droger: ca. 94% lage tot zeer lage standen begin oktober 2020 t.o.v. 81% dit jaar.

samenvatting_filters_2020-09-01 tot 2022-10-01_absolute_bron.png

Figuur 1: Absolute toestand van de freatische grondwaterstand: Percentage van de meetplaatsen met een zeer lage, lage, normale, hoge of zeer hoge grondwaterstand (ten opzichte van alle peilen van de afgelopen 30 jaar). In de winter worden vooral hoge grondwaterstanden verwacht, in de zomer vooral lage.

 

  • Relatieve vergelijking: Wat is de toestand van de freatische grondwaterstand voor de tijd van het jaar?

Op 1/10/2022 vertoonde 54% van de meetplaatsen een lage (34%) tot zeer lage (20%) freatische grondwaterstand voor de tijd van het jaar. 34% vertoonde een normale grondwaterstand en 12% vertoont een hoge (7%) tot zeer hoge (5%) grondwaterstand voor de tijd van het jaar (Figuur 2).

Figuur 2 toont in 2020 een situatie met overwegend lager dan normale grondwaterstanden voor de tijd van het jaar. In de zomer van 2021 waren er overwegend hoger dan normale grondwaterstanden. Vanaf maart tot midden september 2022 was er weer een evolutie naar lager dan normale grondwaterstanden. Vanaf midden september keerde de situatie weer om met een afname van de aandelen lage tot zeer lage grondwaterstanden voor de tijd van het jaar.

Begin oktober 2022 is de situatie droger dan een jaar geleden: 54% lage tot zeer lage grondwaterstanden voor de tijd van het jaar t.o.v. 21% begin oktober 2021. Ten opzichte van twee jaar geleden - begin oktober 2020 ca. 78% lage tot zeer lage standen voor de tijd van het jaar - is de huidige situatie dan weer wat minder droog.

samenvatting_filters_2020-09-01 tot 2022-10-01_relative_bron.png

Figuur 2: Relatieve toestand van de freatische grondwaterstand: percentage van de meetplaatsen met een zeer lage, lage, normale, hoge of zeer hoge grondwaterstand voor de tijd van het jaar.

Onderstaande kaart Figuur 3 toont voor Europa op 26/09/2022 een oppervlakkige grondwaterdroogteindicator van NASA op basis van satellietdata en modellen. Hieruit blijkt dat de huidige droogte in grote delen van Europa een gelijkaardig effect heeft op het freatische grondwater.

Figuur 3: Oppervlakkige grondwaterdroogte-indicator van NASA voor Europa op 5/09/2022, gebaseerd op GRACEFO Data (beschikbaar op https://nasagrace.unl.edu, geconsulteerd op 26/9/2022)
Figuur 3: Oppervlakkige grondwaterdroogte-indicator van NASA voor Europa op 26/09/2022, gebaseerd op GRACEFO Data (beschikbaar op https://nasagrace.unl.edu, geconsulteerd op 03/10/2022)

Figuur 4 toont de grafiek voor de relatieve toestand van 1/1/2000 tot 1/9/2022. In de periode 2017-2020 zagen we duidelijk langere periodes met grotere percentages lage tot zeer lage freatische grondwaterstanden voor de tijd van het jaar. Iets langere periodes met belangrijke aandelen normale/hoge grondwaterstanden voor de tijd van het jaar kwamen toen bijna niet voor, met uitzondering van het voorjaar van 2018. De zomer van 2021 staat in sterk contrast met de droge periode daarvoor.

Vanaf maart 2022 zien we terug stijgende percentages lage tot zeer lage freatische grondwaterstanden voor de tijd van het jaar. Deze (en de verdere) evolutie hangt af van hoeveel neerslag er valt en hoeveel water er verdampt. Neerslag en verdamping bepalen samen het neerslagtekort. Bij groter neerslagtekort is het logische gevolg dat ook de grondwaterstanden sneller dalen dan normaal.

De voorspellingen voor klimaatverandering geven aan dat periodes van droogte langer zullen duren, vaker zullen voorkomen en intenser (=groter neerslagtekort) zullen zijn. We stellen vast dat de uitzonderlijke omstandigheden van de afgelopen jaren overeenkomen met deze voorspellingen (figuur 4).

Figuur 4: samenvatting_filters_2000-01-01 tot 2022-09-01_relative_bron.png

Figuur 4: Relatieve toestand van de freatische grondwaterstand (1/1/2000 – 1/9/2022): Percentage van de meetplaatsen met een zeer lage, lage, normale, hoge of zeer hoge grondwaterstand voor de tijd van het jaar.

 

Is het freatische grondwater gestegen of gedaald ?

Op 1/10/2022 waren op 67% van de meetplaatsen de freatische grondwaterstanden gestegen t.o.v. een maand eerder. 12% van de meetplaatsen bleef stabiel en op 21% was er een daling. Begin oktober bevindt zich op de overgang tussen het hydrologische zomer- en winterseizoen. Tot eind september is een verschuiving naar klassen met lagere (absolute) grondwaterstanden de normale trend. Daarna zien we door de afname in verdamping normaal gezien terug meer stijgende grondwaterstanden. De verdamping neemt af door de dalende temperaturen en het einde van het vegetatieve groeiseizoen.

Op 1/10/2022 vertoont 54% van de meetplaatsen een lage (34%) tot zeer lage (20%) freatische grondwaterstand voor de tijd van het jaar. 34% vertoonde een normale grondwaterstand en 12% vertoont een hoge (7%) tot zeer hoge (5%) grondwaterstand voor de tijd van het jaar (Figuur 2).

De relatieve grondwaterstandindicator met stijgende/dalende peilen (Figuur 5):

 

current_status_map_bron_16.png

Figuur 5: Huidige grondwaterstandsveranderingen en relatieve situering van de huidige freatische grondwaterstand.

 

Worden er volgende maand zeer lage of zeer hoge freatische grondwaterstanden verwacht?

Volgende maand verwachten we bij droog weer op 14% van de meetplaatsen zeer lage (absolute én relatieve) grondwaterstanden, bij normaal weer op 10%, en bij nat weer nog op 6% van de meetplaatsen (Figuur 6).

predict_map_P10_bron_13.png

Figuur 6: Meetplaatsen waar volgende maand absoluut én relatief zeer lage (<P10) freatische grondwaterstanden worden verwacht.

 

Volgende maand verwachten we bij nat weer op 5% van de meetplaatsen zeer hoge (absolute én relatieve) grondwaterstanden, bij normaal of droog weer op 1% van de meetplaatsen.

 

 

 

Besluit freatisch grondwater

De regenachtige maand september met een geringe verdamping in de 2e helft van de maand zorgde voor een wat minder droge situatie van de grondwaterstanden t.o.v. een maand eerder. Op 1/10/2022 vertoonde 54% van de meetplaatsen een lage (34%) tot zeer lage (20%) freatische grondwaterstand voor de tijd van het jaar. 34% vertoonde een normale grondwaterstand en 12% vertoont een hoge (7%) tot zeer hoge (5%) grondwaterstand voor de tijd van het jaar.

Begin oktober 2022 is de situatie droger dan een jaar geleden: 54% lage tot zeer lage grondwaterstanden voor de tijd van het jaar t.o.v. 21% begin oktober 2021. Ten opzichte van twee jaar geleden - begin oktober 2020 ca. 78% lage tot zeer lage standen voor de tijd van het jaar - is de huidige situatie dan weer wat minder droog.

Meer info over de werking van het grondwatersysteem en de betekenis van lage grondwaterstanden vind je in dit filmpje.