Sla navigatie over
figuur welkom bij DOV
over DOV | contact | aansprakelijkheid | DOV-publicaties | englishEngelse teksten |
 

thema's

data aanleveren

data verkennen
data en metadata

meer info

 

U bent hier: dov.vlaanderen.be > grondwater > grondwaterkwetsbaarheidskaart

 

grondwaterkwetsbaarheidskaart

 

» De basisprincipes

» De graden van kwetsbaarheid

De watervoerende laag

De deklaag

De onverzadigde zone

De kwetsbaarheidsschaal

» Opmerking

De kaart van de kwetsbaarheid van het grondwater van het Vlaamse Gewest kan worden gedefinieerd als een kaart van de risicograad van verontreiniging van het grondwater in de bovenste waterlaag door stoffen die van op de bodem in de grond dringen, enkel rekening houdend met statische parameters.

Deze kaart kan later als basis dienen voor een meer gedetailleerde kaart, waarin ook dynamische en hydrochemische factoren kunnen worden opgenomen. Waar echter de bovenste winbare watervoerende laag natuurlijk verzilt is (< 1500 ppm), is dit wel aangegeven.

De huidige kaart heeft tot doel de gebruiker een globaal beeld te verschaffen met het oog op een regionale planning. Voor de evaluatie van ingrepen die een verontreiniging kunnen veroorzaken, geldt deze kaart als een richtlijn voor de uitvoering van de nodige studies terzake.

De kwetsbaarheidskaart van het grondwater kan gebruikt worden om een eerste idee te krijgen van de haalbaarheid van een bepaalde ingreep, maar ze mag in geen geval gebruikt worden als het enige criterium om te beslissen of een beoogde activiteit een gevaar kan vormen voor de kwaliteit van het grondwater of niet. Noch de schaal, noch de gebruikte methodiek laten toe ze aan te wenden met het oog op een pasklaar antwoord. Bijkomend onderzoek, waarbij onder meer de dynamische en hydrochemische factoren in overweging genomen worden, zal dus steeds noodzakelijk blijven.

De grondwaterkwetsbaarheidskaart en de kaarten van de eerste watervoerende laag, de deklaag en de dikte van onverzadigde zone zijn op DOV beschikbaar bij 'Ondergrondkaarten'.

De basisprincipes

Als watervoerende laag wordt beschouwd de verzadigde zone van een formatie die een dikte en een uitbreiding heeft die voldoende groot zijn om er op een economisch verantwoorde wijze water uit te winnen. Voor de kaart is hiervoor een debiet van minstens 4 m³ per uur aangenomen. In de praktijk leidt dit soms tot misverstanden: de kaart geeft een idee van de eerste economisch interessante waterlaag die in vele gevallen niet overeenkomt met de laag die men bijvoorbeeld bij graafwerken als eerste aansnijdt.

 

Het tweede belangrijk punt is dat de kaarten opgemaakt zijn voor verontreinigingen die vanop de bodem in de grond dringen, enkel rekening houdend met statische factoren. M.a.w. ze zijn vooral een weergave van het gevaar van doorstromen, vooral in verticale richting, van verontreinigende stoffen, meegevoerd door insijpelend water, of van verontreinigende vloeistoffen vanaf het oppervlak tot in de verzadigde zone doorheen de bodem en de onverzadigde zone. Met factoren zoals de aard en de omvang van de verontreiniging, de verspreiding ervan door stroming van het verontreinigde water onder de heersende hydrogeologische omstandigheden, alsook met de wisselwerking tussen de verontreinigende stof en de formatie is dus geen rekening gehouden. Praktisch gezien is uitgegaan van de omvang en de aard van de watervoerende lagen en van de deklagen, samen met hun hydraulische parameters, in het bijzonder de aard en de waarde van de doorlatendheid.

 

Soorten watervoerende lagen

Schematische voorstelling van hangende, freatische en afgesloten watervoerende lagen

© F. Gullentops en L. Wouters in opdracht van ANRE

 

Onder een eerste (hang­ende) watervoerende laag A en een slecht tot half door­latende laag treft men een tweede wate­rvoerende laag B aan met een onver­zadigde zone en een freatische grond­water­spiegel.

Waar de half door­latende laag afwezig is, verkeert de water­voerende laag B in een freatisch regime (zones f). Deze water­voerende laag voedt de beken.
Water­voerende laag C is volledig afgesloten, het voedings­gebied is op de schets niet weergegeven.

 

De graden van kwetsbaarheid

Rekening houdend met de schaal 1:100.000 is de kwetsbaarheidsschaal gesteund op drie factoren: de watervoerende laag, de deklaag en de onverzadigde zone. Die zijn ingedeeld in een aantal klassen, ieder met een bepaalde index, waarna de uiteindelijke kwetsbaarheidsschaal opgesteld is aan de hand van combinaties van de verschillende indices.

De watervoerende laag

Bepalend bij de indeling van de watervoerende lagen zijn de aard van het gesteente, de doorlatendheid en de wijze waarop een verontreiniging zich gedraagt. Men onderscheidt vier klassen:

 
  • krijt, kalksteen, mergel, zandsteen;

  • grind;

  • zand;

  • leemhoudend zand, kleihoudend zand.

De deklaag

Als deklaag wordt beschouwd, de laag die boven de watervoerende laag voorkomt. Rekening houdend met de uitgraving voor bouwwerken, kanalen, grachten, e.a. moet de deklaag minstens 5 m dik zijn om voldoende bescherming te bieden. Wanneer deze minder dan 5 m dik is, veronderstelt men dat een deklaag ontbreekt. Een zandige formatie wordt niet als beschermende deklaag beschouwd. Bepalend bij de indeling van de deklagen zijn de aard van het gesteente, de dikte en de hydraulische weerstand. Men onderscheidt drie klassen:

 
  • geen deklaag (minder dan 5 meter en/of zandig);

  • een lemige deklaag;

  • een kleiige deklaag.

De onverzadigde zone

Bij afwezigheid van een deklaag houdt men rekening met de onverzadigde zone ter bescherming van het grondwater. Bepalend bij de indeling van de onverzadigde zone is de dikte. Men onderscheidt twee klassen:

 
  • 10 m of minder dan 10 m dik;

  • meer dan 10 m dik.

De kwetsbaarheidsschaal

Op grond van de bovengenoemde factoren is een kwetsbaarheidsschaal opgesteld. Vijf kwetsbaarheidgraden zijn gedefinieerd, elk door een eigen kleur op de vermelde kaart weergegeven. De kwetsbaarheidsschaal is als volgt:

 

• 

Uiterst kwetsbaar (rood op kaart):

    A.a.1.

Krijt, kalksteen, zandsteen, mergel zonder deklaag, met een onverzadigde zone van 10 m of minder dan 10 m;

    B.a.1.

Grind, zonder deklaag, met een onverzadigde zone van 10 m of minder dan 10 m.

 

 

Zeer kwetsbaar (oranje op kaart):

    A.a.2.

Krijt, kalksteen, zandsteen, mergel, zonder deklaag, met een onverzadigde zone van meer dan 10 m;

    B.a.2.

Grind, zonder deklaag, met een onverzadigde zone van meer dan 10 m;

    C.a.1.

Zand, zonder deklaag, met een onverzadigde zone van 10 m of minder dan 10 m.

 

 

Kwetsbaar (geel op kaart):

    A.b.

Krijt, kalksteen, zandsteen, mergel, met een lemige deklaag;

    B.b.

Grind, met een lemige deklaag;

    C.a.2.

Zand, zonder deklaag, met een onverzadigde zone van meer dan 10 m.

 

 

Matig kwetsbaar (lichtgroen op kaart):

    A.c.

Krijt, kalksteen, zandsteen, mergel, met een kleiige deklaag;

    B.c. Grind met een kleiige deklaag;
    C.b.

Zand met een lemige deklaag;

    D.a.1.

Leemhoudend of kleihoudend zand zonder deklaag met een onverzadigde zone van 10 m of minder dan 10 m;

    D.a.2.

Leemhoudend of kleihoudend zand zonder deklaag met een onverzadigde zone van meer dan 10 m.

 

 

Weinig kwetsbaar (donkergroen op kaart):

    C.c.

Zand met een kleiige deklaag;

    D.b.

Leemhoudend of kleihoudend zand met een lemige deklaag;

    D.c.

Leemhoudend of kleihoudend zand met een kleiige deklaag.

Opmerking

  • Een vraagteken na de kwetsbaarheidgraad in de tekst van de kaartbespreking wijst op een gebrek aan voldoende gegevens om deze op ondubbelzinnige wijze aan te duiden. Op kaart is dat aangegeven door een arcering, waarbij de meest waarschijnlijke interpretatie aangegeven wordt door de kleur van de band;

  • Zones waarin een snelle afwisseling van kwetsbaarheidgraden voorkomt, zijn op de kaart aangegeven door middel van een bandenpatroon van twee kleuren;

De uitbreiding van de gebieden met natuurlijke verzilting in de bovenste winbare watervoerende laag is aangeduid met een puntenraster.