actuele grondwaterstandindicator

Het is zeker de bedoeling om ook in 2022 elke maand een nieuwe grondwaterstandindicator te publiceren.

Een recente update is deze maand echter geresulteerd in problemen met de verwerking van de grondwaterdata. Door deze technische problemen was het begin januari  helaas niet mogelijk om te rapporteren over de toestand van het freatisch grondwater.

De nieuwe publicatie van de grondwaterstandindicator zal pas gebeuren rond 8/2/2022.

Onze oprechte excuses hiervoor en bedankt voor je begrip.

 

Info

De grondwaterstandindicator is gebaseerd op maandelijkse peilmetingen in het primair meetnet door de VMM, SCK en De Watergroep voor freatische peilfilters met continue meetreeksen van minstens 11 jaar. Die maandelijkse peilmetingen worden aangevuld met dagelijkse modelberekeningen voor de afgelopen 30 jaar.

  • Wil je meer informatie over hoe de grondwaterstandindicator, de kaarten en figuren op deze pagina zijn opgesteld? Neem dan zeker een kijkje op de pagina 'Opbouw grondwaterstandindicator ' en naar de algemene pagina  van de grondwaterstandindicator.
  • Wil je de grafieken en cijfers van de meest actuele indicator meteen op kaart bekijken in de DOV-verkenner ? Neem dan een kijkje op de kaartlaag 'Grondwaterstandindicator freatisch grondwater voor de tijd van het jaar (meest actueel)'.
  • Wil je de rapporten van de afgelopen maanden en jaren bekijken, dat kan bij de 'Historische grondwaterstandindicator '. 
  • De actuele waterschaarste- en droogtetoestand in Vlaanderen kan u vinden op www.opdehoogtevandroogte.be.
  • Het volledige rapport 'Toestand van het watersysteem' kan je vinden op www.waterinfo.be.

datum rapport: 08-12-2021
referentiedatum: 05-12-2021
aantal gebruikte meetplaatsen: 154

Historische vergelijking

De freatische grondwaterstand schommelt gedurende het jaar: hoog in de winter en laag in de zomer. Met de grondwaterstandindicator kijken we naar de toestand van het grondwater t.o.v. alle standen gedurende het jaar (absolute vergelijking) en de toestand voor de tijd van het jaar (relatieve vergelijking).

  • Absolute vergelijking: Staat het freatisch grondwater hoog of laag (ten opzichte van alle dagelijkse peilen van de afgelopen 30 jaar)?

Op 5/12/2021 vertoont 38% van de meetplaatsen een hoge (24%) tot zeer hoge (14%) freatische grondwaterstand. 48% vertoont een normale grondwaterstand en 14% een lage (12%) tot zeer lage (2%) grondwaterstand (Figuur 1).

Vanaf begin oktober zien we een evolutie naar minder lage en meer normale tot (zeer) hoge grondwaterstanden. In het hydrologische winterseizoen (oktober-maart) is een verschuiving naar klassen met hogere grondwaterstanden de normale trend. In vergelijking met hetzelfde tijdstip vorig jaar zien we begin december veel minder lage tot zeer lage grondwaterstanden (14% t.o.v. 64% vorig jaar).

Figuur 1

Figuur 1: Absolute toestand van de freatische grondwaterstand: Percentage van de meetplaatsen met een zeer lage, lage, normale, hoge of zeer hoge grondwaterstand (ten opzichte van alle peilen van de afgelopen 30 jaar). In de winter worden vooral hoge grondwaterstanden verwacht, in de zomer vooral lage.

 

  • Relatieve vergelijking: Wat is de toestand van de freatische grondwaterstand voor de tijd van het jaar?

Op 5/12/2021 vertoont 35% van de meetplaatsen een hoge (23%) tot zeer hoge (12%) freatische grondwaterstand voor de tijd van het jaar. 54% vertoont een normale, en 11% een lage (7%) tot zeer lage (4%) grondwaterstand voor de tijd van het jaar (Figuur 2).

November 2021 was over het algemeen een droge maand (KMI) met weliswaar een nat einde. Dat leidde gedurende november tot een daling van de percentages hoge tot zeer hoge grondwaterstanden voor de tijd van het jaar. Vanaf eind november keert deze trend weer om. In vergelijking met hetzelfde tijdstip vorig jaar zien we begin december veel minder lage tot zeer lage grondwaterstanden voor de tijd van het jaar (11% t.o.v. 83% vorig jaar).

samenvatting_filters_relative.png

Figuur 2: Relatieve toestand van de freatische grondwaterstand: percentage van de meetplaatsen met een zeer lage, lage, normale, hoge of zeer hoge grondwaterstand voor de tijd van het jaar.

 

Figuur 3 toont de grafiek voor de relatieve toestand van 2000 tot augustus 2021. De afgelopen 4 jaren zagen we duidelijk langere periodes met grotere percentages lage tot zeer lage freatische grondwaterstanden voor de tijd van het jaar. Iets langere periodes met belangrijke aandelen normale/hoge grondwaterstanden voor de tijd van het jaar kwamen de afgelopen 4 jaar bijna niet voor, met uitzondering van het voorjaar van 2018. Het afgelopen zomerseizoen 2021 staat in sterk contrast met de voorbije jaren (Figuur 3).

samenvatting_filters_20_jaar.png

Figuur 3: Relatieve toestand van de freatische grondwaterstand (1/2000 – 8/2021): Percentage van de meetplaatsen met een zeer lage, lage, normale, hoge of zeer hoge grondwaterstand voor de tijd van het jaar.

 

Is het freatische grondwater gestegen of gedaald ?

November 2021 was eerder droog met weliswaar een nat einde. Aangezien de vegetatie momenteel weinig water verdampt, kan een belangrijk deel van de regen die infiltreert het grondwater voeden. Op 64% van de meetplaatsen stegen de freatische grondwaterstanden de afgelopen maand. Op 35% van de meetplaatsen bleven ze gelijk en op 1% zagen we een daling. Stijgende grondwatertafels zijn de normale trend tijdens het hydrologisch winterseizoen (oktober-maart). Op 5/12/2021 vertoont 35% een hoge (23%) tot zeer hoge (12%) grondwaterstand voor de tijd van het jaar, 54% van de meetplaatsen een normale, en 11% een lage (7%) tot zeer lage (4%)  grondwaterstand voor de tijd van het jaar.

De relatieve grondwaterstandindicator met stijgende/dalende peilen (Figuur 4):

Huidige toestand voor de tijd van het jaar, met verandering van grondwaterstand ten opzichte van vorige maand

Figuur 4: Huidige grondwaterstandsveranderingen en relatieve situering van de huidige freatische grondwaterstand.

 

Worden er volgende maand zeer lage of zeer hoge freatische grondwaterstanden verwacht?

Volgende maand worden er weinig zeer lage (absolute én relatieve) grondwaterstanden verwacht (Figuur 5).

Voorspelling locaties met gelijktijdig zeer lage absolute en relatieve grondwaterstanden volgende maand in functie van verschillende weerscenario's

Figuur 5: Meetplaatsen waar volgende maand absoluut én relatief zeer lage (<P10) freatische grondwaterstanden worden verwacht.

 

Volgende maand verwachten we bij nat weer op ca. 41% van de meetplaatsen zeer hoge (absolute én relatieve) grondwaterstanden, bij normaal weer op 8%, en bij droog weer nog op 5% van de meetplaatsen (Figuur 6).

Figuur 6: Meetplaatsen waar volgende maand absoluut én relatief zeer hoge (>P90) freatische grondwaterstanden worden verwacht.

Figuur 6: Meetplaatsen waar volgende maand absoluut én relatief zeer hoge (>P90) freatische grondwaterstanden worden verwacht.

Besluit

November 2021 was een eerder droge maand met weliswaar een nat einde. Aangezien de vegetatie momenteel weinig water verdampt, kan een belangrijk deel van de regen die infiltreert wel het grondwater voeden. De afgelopen maand stegen de freatische grondwaterstanden dan ook op 64% van de meetplaatsen. Stijgende grondwatertafels zijn de normale trend tijdens het hydrologisch winterseizoen (oktober-maart). Op 5/12/2021 vertoont 54% van de meetplaatsen een normale grondwaterstand voor de tijd van het jaar, 35% vertoont een hoge tot zeer hoge, en 11% een lage tot zeer lage grondwaterstand voor de tijd van het jaar. In vergelijking met een jaar eerder zijn er begin december 2021 veel minder lage grondwaterstanden voor de tijd van het jaar (11% t.o.v. 83% vorig jaar).

Meer info over de werking van het grondwatersysteem en de betekenis van lage grondwaterstanden vind je in dit filmpje.