actuele grondwaterstandindicator

Info

De grondwaterstandindicator is gebaseerd op maandelijkse peilmetingen in het primair meetnet door de VMM, SCK en De Watergroep voor freatische peilfilters met continue meetreeksen van minstens 11 jaar. Die maandelijkse peilmetingen worden aangevuld met dagelijkse modelberekeningen voor de afgelopen 30 jaar.

  • Wil je meer informatie over hoe de grondwaterstandindicator, de kaarten en figuren op deze pagina zijn opgesteld? Neem dan zeker een kijkje op de pagina 'Opbouw grondwaterstandindicator ' en naar de algemene pagina  van de grondwaterstandindicator.
  • Wil je de grafieken en cijfers van de meest actuele indicator meteen op kaart bekijken in de DOV-verkenner? Neem dan een kijkje op de kaartlaag 'Grondwaterstandindicator freatisch grondwater voor de tijd van het jaar (meest actueel)'.
  • Wil je de rapporten van de afgelopen maanden en jaren bekijken, dat kan bij de 'Historische grondwaterstandindicator '. 
  • De actuele waterschaarste- en droogtetoestand in Vlaanderen kan u vinden op www.opdehoogtevandroogte.be.

datum rapport: 06-02-2024
referentiedatum: 05-02-2024
aantal gebruikte meetplaatsen: 154

Historische vergelijking

De freatische grondwaterstand schommelt tijdens het jaar: hoog op het einde van de winter en laag op het einde van de zomer. Met de grondwaterstandindicator kijken we naar de toestand van het grondwater t.o.v. alle peilen gedurende het jaar (absolute vergelijking) en de toestand voor de tijd van het jaar (relatieve vergelijking).

  • Absolute vergelijking: Staat het freatisch grondwater hoog of laag (ten opzichte van alle dagelijkse peilen van de afgelopen 30 jaar)?

Op 5/2/2024 vertoonde 81% van de meetplaatsen een hoge (42%) tot zeer hoge (39%) freatische grondwaterstand. 18% vertoonde een normale en 1% een lage absolute grondwaterstand (Figuur 1).

Na de afname van het aandeel lage grondwaterstanden vanaf begin augustus 2023, zien we vanaf midden oktober ook een snelle toename van de aandelen hoge tot zeer hoge grondwaterstanden. Na de piek in de eerste week van januari neemt het aandeel (zeer) hoge grondwaterstanden weer af. Gedurende het hydrologische winterseizoen (oktober-maart) is een verschuiving naar klassen met hogere grondwaterstanden de normale trend.

Begin februari 2024 is de situatie van de (absolute) freatische grondwaterstanden hoger dan een jaar eerder: begin februari 2023 vertoonde zo’n 58% een hoge tot zeer hoge freatische grondwaterstand. Ook begin februari 2022 was de situatie na het zeer natte jaar 2021 minder hoog met 63% hoge tot zeer hoge grondwaterstanden.

samenvatting_filter_absolute_bron.png

Figuur 1: Absolute toestand van de freatische grondwaterstand: Percentage van de meetplaatsen met een zeer lage, lage, normale, hoge of zeer hoge grondwaterstand (ten opzichte van alle peilen van de afgelopen 30 jaar). In de winter worden vooral hoge grondwaterstanden verwacht, in de zomer vooral lage.

 

  • Relatieve vergelijking: Wat is de toestand van de freatische grondwaterstand voor de tijd van het jaar?

Op 5/2/2024 vertoonde 43% van de meetlocaties een hoge (19%) tot zeer hoge (24%) freatische grondwaterstand voor de tijd van het jaar. 39% vertoonde een normale en 18% een lage (14%) tot zeer lage (4%) grondwaterstand voor de tijd van het jaar (Figuur 2).

Na de regenachtige en natte laatste maanden van 2023 zien we vanaf half november 2023 tot begin 2024 een sterke toename in de aandelen (zeer) hoge freatische grondwaterstanden voor de tijd van het jaar. De neerslag van januari echter viel voornamelijk in de eerste week van de maand. De laatste weken van januari waren voornamelijk droog en dus dalen die aandelen dan ook weer sterk.

Figuur 2 geeft aan dat het aandeel lage tot zeer lage standen voor de tijd van het jaar begin september 2022 een maximum had bereikt na een droge lente en uiterst droge zomer in 2022. De situatie was toen vergelijkbaar met de droge periodes van de voorbije droge zomers 2018-2020. Vanaf begin september 2022 tot eind 2023 zien we een omkering van een zeer droge naar een zeer natte situatie. Uitzonderingen daarop zijn de tijdelijke toenames van het aandeel “laag tot zeer laag” ten gevolge van 1) de zeer droge februari 2023, en 2) de zeer droge periode van midden mei tot midden juni 2023. Die werden nadien telkens weer gecompenseerd door 1) de natte maanden maart-april 2023, en 2) de natte 2e helft van 2023.

Begin februari 2024 is de situatie voor de tijd van het jaar veel “hoger” dan een jaar eerder: Begin februari 2023 waren er nog zo’n 42% lage tot zeer lage, en slechts 5% hoge tot zeer hoge grondwaterstanden voor de tijd van het jaar. Ook begin februari 2022 was de situatie voor de tijd van het jaar, na het zeer natte jaar 2021, wat minder “hoog” dan nu met meer lage tot zeer lage (31%) en minder hoge tot zeer hoge (10%) grondwaterstanden voor de tijd van het jaar.

samenvatting_filters_relative_bron.png

Figuur 2: Relatieve toestand van de freatische grondwaterstand: percentage van de meetplaatsen met een zeer lage, lage, normale, hoge of zeer hoge grondwaterstand voor de tijd van het jaar.

Figuur 3 toont de grafiek voor de relatieve toestand van 1/1/2000 tot 1/1/2024. In de periode 2017-2020 zagen we duidelijk langere periodes met grotere percentages lage tot zeer lage freatische grondwaterstanden voor de tijd van het jaar. Iets langere periodes met belangrijke aandelen normale/hoge grondwaterstanden voor de tijd van het jaar kwamen toen bijna niet voor, met uitzondering van het voorjaar van 2018. De zomer van 2021 staat in sterk contrast met de droge periode daarvoor. Vanaf maart 2022 zien we terug stijgende percentages lage tot zeer lage freatische grondwaterstanden voor de tijd van het jaar. Gedurende 2023 veranderde de situatie dan van droog naar zeer nat.

Deze (en de verdere) evolutie hangt af van hoeveel neerslag er valt en hoeveel water er verdampt. Neerslag en verdamping bepalen samen het neerslagtekort of -overschot. Bij een groter dan normaal neerslagtekort is het logische gevolg dat ook de grondwaterstanden sneller dalen of trager herstellen dan normaal (en vice versa). Als door klimaatverandering extreme weersomstandigheden (uitzonderlijk droog of nat) frequenter zullen optreden of langer zullen aanhouden zal dit zich ook weerspiegelen in de situatie van het freatisch grondwater (Figuur 3).

samenvatting_filters_2000-01-01 tot 2024-01-01_relative_bron.png

Figuur 3: Relatieve toestand van de freatische grondwaterstand (1/01/2000 - 1/01/2024): Percentage van de meetplaatsen met een zeer lage, lage, normale, hoge of zeer hoge grondwaterstand voor de tijd van het jaar.

 

Is het freatische grondwater gestegen of gedaald ?

Op 5/2/2024 waren op 73% van de meetplaatsen de (absolute) freatische grondwaterstanden gedaald t.o.v. een maand eerder. Op 7% van de meetplaatsen bleef de stand stabiel, en op 20% was er een stijging. Gedurende het hydrologische winterseizoen (oktober-maart) is een verschuiving naar klassen met hogere grondwaterstanden de normale trend.

Op 5/2/2024 vertoonde 43% van de meetlocaties een hoge (19%) tot zeer hoge (24%) freatische grondwaterstand voor de tijd van het jaar. 39% vertoonde een normale, en 18% een lage (14%) tot zeer lage (4%) grondwaterstand voor de tijd van het jaar (Figuur 2).

Figuur 4 toont de relatieve grondwaterstandindicator met stijgende/dalende peilen. De locaties met stijgende peilen en deze met hoge tot zeer hoge peilen voor de tijd van het jaar bevinden zich voornamelijk in het oosten van Vlaanderen. Dit komt door een west-oost-neerslaggradiënt over Vlaanderen en omdat de grondwaterstanden in het westen over het algemeen wat sneller reageren op veranderende weersomstandigheden dan in het oosten.

current_status_map_bron.png

Figuur 4: Huidige grondwaterstandsveranderingen en relatieve situering van de huidige freatische grondwaterstand.

 

Worden er volgende maand zeer lage of zeer hoge freatische grondwaterstanden verwacht?

Volgende maand verwachten we bij nat weer op 75% van de meetplaatsen zeer hoge (absolute én relatieve) grondwaterstanden, bij normaal weer op 58%, en bij droog weer nog op 38% van de meetplaatsen (Figuur 5).  

Figuur 6: Meetplaatsen waar volgende maand zowel relatief als absoluut zeer lage (<P10) freatische grondwaterstanden worden verwacht.
Figuur 5: Meetplaatsen waar volgende maand absoluut én relatief zeer hoge (>P90) freatische grondwaterstanden verwacht worden.

 

Volgende maand verwachten we bijna nergens tegelijk absoluut én relatief zeer lage grondwaterstanden.

 

Besluit freatisch grondwater

Op 5/2/2024 vertoonde 43% van de meetlocaties een hoge (19%) tot zeer hoge (24%) freatische grondwaterstand voor de tijd van het jaar. 39% vertoonde een normale, en 18% een lage (14%) tot zeer lage (4%) grondwaterstand voor de tijd van het jaar. De situatie blijft overwegend "hoog"voor de tijd van het jaar. Vanaf de tweede week van januari 2024 viel er slechts weinig neerslag. Ten opzichte van een maand eerder zijn de freatische grondwaterstanden dan ook minder extreem hoog voor de tijd van het jaar.

Meer info over de werking van het grondwatersysteem en de betekenis van lage grondwaterstanden vind je in dit filmpje. Op dov.vlaanderen.be vind je alle grondwaterstanden, de huidige toestand en de interactieve kaart voor het freatische grondwater.