Grondwaterstandindicator 03-06-2020

Info

De grondwaterstandindicator is gebaseerd op maandelijkse peilmetingen in het primair meetnet door de VMM, SCK en De Watergroep voor freatische peilfilters met continue meetreeksen van minstens 11 jaar. Die maandelijkse peilmetingen worden aangevuld met dagelijkse modelberekeningen voor de afgelopen 30 jaar.

  • Wil je meer informatie over hoe de grondwaterstandindicator, de kaarten en figuren op deze pagina zijn opgesteld? Neem dan zeker een kijkje op de pagina 'Opbouw grondwaterstandindicator ' en naar de algemene pagina  van de grondwaterstandindicator.
  • Wil je de grafieken en cijfers van de meest actuele indicator meteen op kaart bekijken in de DOV-verkenner? Neem dan een kijkje op de kaartlaag 'Grondwaterstandindicator freatisch grondwater voor de tijd van het jaar (meest actueel)'.
  • Wil je de rapporten van de afgelopen maanden en jaren bekijken, dat kan bij de 'Historische grondwaterstandindicator '. 
  • De actuele waterschaarste- en droogtetoestand in Vlaanderen kan u vinden op www.opdehoogtevandroogte.be.

datum rapport: 05-06-2023
referentiedatum: 03-06-2023
aantal gebruikte meetplaatsen: 154

Historische vergelijking

De freatische grondwaterstand schommelt tijdens het jaar: hoog op het einde van de winter en laag op het einde van de zomer. Met de grondwaterstandindicator kijken we naar de toestand van het grondwater t.o.v. alle peilen gedurende het jaar (absolute vergelijking) en de toestand voor de tijd van het jaar (relatieve vergelijking).

  • Absolute vergelijking: Staat het freatisch grondwater hoog of laag (ten opzichte van alle dagelijkse peilen van de afgelopen 30 jaar)?

Op 3/06/2023 vertoonde 9% van de meetplaatsen een hoge (8%) tot zeer hoge (1%) freatische grondwaterstand. 69% vertoonde een normale en 22% een lage (16%) tot zeer lage (6%) grondwaterstand (Figuur 1).

Op Figuur 1 is vanaf maart 2022 tot september 2022 een gestage toename van het aandeel lage tot zeer lage grondwaterstanden te zien, en daarna een gestage afname. Vanaf eind mei 2023 neemt het aandeel (zeer) lage grondwaterstanden toe, maar is begin juni 2023 nog eerder beperkt. Het aandeel (zeer) hoge grondwaterstanden vertoonde de afgelopen maanden bokkensprongen onder invloed van de weersomstandigheden. In januari 2023 was er een toename, zoals te verwachten is tijdens de winter. Februari 2023 was zeer droog en maart 2023 zeer nat, wat eerst zorgde voor een sterke afname en daarna weer een sterke toename in het aandeel (zeer) hoge grondwaterstanden.

Momenteel bevinden we ons vroeg in het hydrologische zomerseizoen (april tot eind september). Een verschuiving naar klassen met lagere absolute grondwaterstanden is nu de normale trend. De tweede helft van mei 2023 was droog. We zien de afgelopen weken dan ook een sterke afname van het aandeel hoge grondwaterstanden.

In vergelijking met hetzelfde tijdstip vorig jaar zijn er begin juni 2023 minder lage tot zeer lage grondwaterstanden (22% t.o.v. ca. 56% begin juni 2022).

samenvatting_filter_absolute_bron.png

Figuur 1: Absolute toestand van de freatische grondwaterstand: Percentage van de meetplaatsen met een zeer lage, lage, normale, hoge of zeer hoge grondwaterstand (ten opzichte van alle peilen van de afgelopen 30 jaar). In de winter worden vooral hoge grondwaterstanden verwacht, in de zomer vooral lage.

 

  • Relatieve vergelijking: Wat is de toestand van de freatische grondwaterstand voor de tijd van het jaar?

Op 3/06/2023 vertoonde 24% van de meetplaatsen een hoge (21%) tot zeer hoge (3%) freatische grondwaterstand voor de tijd van het jaar. 59% vertoonde een normale en 17% een lage (11%) tot zeer lage (6%) grondwaterstand voor de tijd van het jaar (Figuur 2).

Figuur 2 geeft aan dat na een nat 2021, gevolgd door een droge lente en uiterst droge zomer in 2022, het aandeel lage tot zeer lage standen voor de tijd van het jaar begin september 2022 een maximum had bereikt (vergelijkbaar met de droge periodes van de voorbije droge zomers 2018- 2020). Vanaf begin september tot midden mei 2023 zien we over het algemeen een omkering van een droge naar een eerder natte situatie. Er waren wel uitzonderingen op die algemene trend zoals bijvoorbeeld de zeer droge februari 2023 waarin het aandeel ‘laag tot zeer laag’ zeer sterk steeg, wat nadien weer gecompenseerd werd door de zeer natte maart 2023.

Mei 2023 was wat droger dan normaal, zeker in de tweede helft. Begin juni is vooral het aandeel hoge tot zeer hoge grondwaterstanden voor de tijd van het jaar afgenomen t.o.v. een maand eerder.
Begin juni 2023 zien we beduidend minder lage tot zeer lage grondwaterstanden voor de tijd van het jaar dan een jaar eerder (17% t.o.v. ca. 61% begin juni 2022), en zelfs minder dan 2 jaar eerder aan het begin van de natte zomer 2021 (17% t.o.v. ca. 27% begin juni 2021).

 

samenvatting_filters_relative_bron.png

Figuur 2: Relatieve toestand van de freatische grondwaterstand: percentage van de meetplaatsen met een zeer lage, lage, normale, hoge of zeer hoge grondwaterstand voor de tijd van het jaar.

Onderstaande Figuur 3 toont voor Europa op 29/05/2023 een oppervlakkige grondwaterdroogteindicator van NASA op basis van modellen en satellietdata. Hieruit blijkt dat aanzienlijke delen van Europa nog een relatief droge toestand vertonen, andere dan weer een zeer natte.

Figuur 3:  Oppervlakkige grondwaterdroogte-indicator van NASA voor Europa op 27/03/2023, gebaseerd op GRACE-FO Data (beschikbaar op https://nasagrace.unl.edu, geconsulteerd op 4/04/2023)
Figuur 3: Oppervlakkige grondwaterdroogte-indicator van NASA voor Europa op 29/05/2023, gebaseerd op modellen en GRACE-FO Data (beschikbaar op https://nasagrace.unl.edu, geconsulteerd op 5/06/2023)

 

Figuur 4 toont de grafiek voor de relatieve toestand van 1/1/2000 tot 1/04/2023. In de periode 2017-2020 zagen we duidelijk langere periodes met grotere percentages lage tot zeer lage freatische grondwaterstanden voor de tijd van het jaar. Iets langere periodes met belangrijke aandelen normale/hoge grondwaterstanden voor de tijd van het jaar kwamen toen bijna niet voor, met uitzondering van het voorjaar van 2018. De zomer van 2021 staat in sterk contrast met de droge periode daarvoor. Vanaf maart 2022 zien we terug stijgende percentages lage tot zeer lage freatische grondwaterstanden voor de tijd van het jaar. Begin 2023 varieert de situatie tussen droog en eerder nat. Deze (en de verdere) evolutie hangt af van hoeveel neerslag er valt en hoeveel water er verdampt. Neerslag en verdamping bepalen samen het neerslagtekort. Bij een groter dan normaal neerslagtekort is het logische gevolg dat ook de grondwaterstanden sneller dalen of trager herstellen dan normaal.

De voorspellingen voor klimaatverandering geven aan dat periodes van droogte langer zullen duren, vaker zullen voorkomen en intenser (=groter neerslagtekort) zullen zijn. We stellen vast dat de uitzonderlijke omstandigheden van de afgelopen jaren overeenkomen met deze voorspellingen (Figuur 4).

samenvatting_filters_2000-01-01 tot 2022-12-01_relative_bron.png

Figuur 4: Relatieve toestand van de freatische grondwaterstand (1/1/2000 - 1/4/2023): Percentage van de meetplaatsen met een zeer lage, lage, normale, hoge of zeer hoge grondwaterstand voor de tijd van het jaar.

 

Is het freatische grondwater gestegen of gedaald ?

Op 3/06/2023 waren op 91% van de meetplaatsen de (absolute) freatische grondwaterstanden gedaald t.o.v. een maand eerder. 8% van de meetplaatsen bleef stabiel en op 1% was er een stijging.

Momenteel bevinden we ons in het hydrologische zomerseizoen. Onder invloed van stijgende temperaturen en het vegetatieve groeiseizoen neemt de verdamping dan toe. Vanaf april tot eind september zijn dalende grondwaterstanden de normale trend.

Op 3/06/2023 vertoonde 24% van de meetplaatsen een hoge (21%) tot zeer hoge (3%) freatische grondwaterstand voor de tijd van het jaar. 59% vertoonde een normale en 17% een lage (11%) tot zeer lage (6%) grondwaterstand voor de tijd van het jaar (Figuur 2).

Relatieve grondwaterstandindicator met stijgende/dalende peilen (Figuur 5):

 

current_status_map_bron.png

Figuur 5: Huidige grondwaterstandsveranderingen en relatieve situering van de huidige freatische grondwaterstand.

 

Worden er volgende maand zeer lage of zeer hoge freatische grondwaterstanden verwacht?

Volgende maand verwachten we bij droog weer op 27% van de meetplaatsen zeer lage (absolute én relatieve) grondwaterstanden, bij normaal op 5% en bij nat weer nog op 4% van de meetplaatsen (Figuur 6). 

Figuur 6: Meetplaatsen waar volgende maand zowel relatief als absoluut zeer lage (<P10) freatische grondwaterstanden worden verwacht.
Figuur 6: Meetplaatsen waar volgende maand zowel relatief als absoluut zeer lage (<P10) freatische grondwaterstanden
worden verwacht.

 

Volgende maand verwachten we bijna nergens tegelijk zeer hoge (absolute én relatieve) grondwaterstanden. 

 

 

Besluit freatisch grondwater

Op 3/06/2023 vertoonde 24% van de meetplaatsen een hoge (21%) tot zeer hoge (3%) freatische grondwaterstand voor de tijd van het jaar. 59% vertoonde een normale en 17% een lage (11%) tot zeer lage (6%) grondwaterstand voor de tijd van het jaar.

Begin juni is vooral het aandeel hoge tot zeer hoge grondwaterstanden voor de tijd van het jaar afgenomen t.o.v. een maand eerder. In vergelijking met hetzelfde tijdstip vorig jaar zijn er begin juni 2023 wel beduidend minder lage tot zeer lage grondwaterstanden voor de tijd van het jaar (17% t.o.v. ca. 61% begin juni 2022).

Meer info over de werking van het grondwatersysteem en de betekenis van lage grondwaterstanden vind je in dit filmpje.